Stel je voor: je staat in de Portugese Synagoge in Amsterdam. Kaarslicht danst over de houten banken, de stilte is bijna tastbaar. En dan besef je: hier begint eigenlijk een reis die eindigt aan de Klaagmuur in Jeruzalem.
▶Inhoudsopgave
Niet als een abstract idee, maar als een verbinding die je voelt als je er één keer staat.
Dat is iets wat ik vaak merk bij mensen die met mij meegaan — ze komen voor de Joodse geschiedenis van Amsterdam, en ze gaan terug met een voorgevoel dat ze Israël écht moeten zien.
Amsterdam is een Joodse stad — of je het wist of niet
De meeste toeristen denken aan grachten en koffiehuizen. Maar loop door de Plantage buurt en je loopt eigenlijk door een openluchtmuseum.
De Portugese Synagoge uit 1671? Nog steeds in gebruik.
Geen museumstuk, geen herdenking — gewoon een levende gemeenschap die hier vierhonderd jaar geleden begon. Dat is bijzonder, zelfs wereldwijd gezien. Wat me altijd opvalt als ik erheen ga: mensen kijken om alsof ze een monument verwachten.
Twee werelden, één gemeenschap
Maar het is geen monument. Het is een synagoge waar op sabbat nog steeds gebeden worden. De kaarsen die branden? Die zijn echt, geen replica.
Dat maakt het anders dan bijna elk ander Joodse erfgoed dat je in Europa tegenkomt.
In de zeventiende eeuw kwamen vooral Sefardische Joden naar Amsterdam — mensen die uit Portugal en Spanje vluchtten voor de Inquisitie. Ze waren handelaars, geleerden, artsen.
Ze bouwden hier iets op wat in die tijd ongekend was: een Joodse gemeenschap die vrij kon leven. Niet gelukkig, niet zonder spanningen — maar vrij genoeg om te bloeien. Later kwamen de Asjkenazische Joden uit Oost-Europa.
Arm, vaak ongeschoold, maar met een andere soort kracht. Samen vormden ze de Joodse identiteit van Amsterdam.
En die identiteit is nog steeds voelbaar — in de Joods Historisch Museum, in de markt op de Waterlooplein, in de kleine winkels waar nog steeds jiddische woorden vallen. Eerlijk gezegd vind ik het Joods Historisch Museum een van de meesterlijkste musea van Nederland. Niet omdat het zo groot is, maar omdat het zo eerlijk is. Het vertelt het verhaal van een gemeenschap die bloeide, werd verwoest, en toch bleef bestaan.
De verbinding met Israël is geen toeval
Soms hoor ik mensen zeggen: "Maar wat heeft Amsterdam nou met Israël te maken?" Ik snap de vraag, maar die verwoordt precies het punt waarom het belangrijk is om het te begrijpen.
Amsterdam was een van de plaatsen waar het zionistische idee écht vorm kreeg. Niet in een politieke zin — meer in een emotionele en spirituele. De Joodse gemeenschap hier voelde de pijn van uitsluiting, ook in deze tolerante stad.
En die pijn groeide, generatie na generatie, tot iets wat niet meer te negeren was.
Het was geen ideologie. Het was een honger naar thuishoren.
Dat je dat nu kunt voelen als je door Amsterdam loopt — dat is de verbinding. Ontdek de historische band in de Portugese Synagoge en als je die echt wilt begrijpen, moet je naar Israël.
Van Amsterdam Schiphol naar Ben Gurion Airport
Goed, laten we het hebben over de praktijk. Want uiteindelijk wil je erheen, toch?
Vanaf Schiphol heb je meerdere opties. El Al vliegt rechtstreeks naar Tel Aviv — dat is de meest directe route.
KLM biedt ook vluchten aan, vaak met een tussenstop. En als je wat flexibeler bent met vertrektijden, zijn er ook vluchten via Düsseldorf of Brussel die soms voordeliger uitpakken. Wat ik altijd zeg: investeer in een goede vlucht. Niet de goedkoopste, maar degene met de meeste rust.
Een directe vlucht met El Al betekent dat je ’s avonds vertrekt en de ochtend daarna in Tel Aviv landt, fris genoeg om meteen te beginnen.
Dat maakt een wereld van verschil vergeleken met een nachtelijke tussenstop in een vreemde luchthaven. En ja — controle op Schiphol kan lang duren als je naar Israël vliegt. Dat is normaal. Neem het niet persoonlijk.
Kom ruim op tijd, en heb je paspoordig bij de hand. Let op: je paspoort moet minimaal drie maanden geldig zijn na je terugkeer. Geen uitzonderingen.
Ik heb het te vaak gezien dat mensen hierdoor worden verrast. De trein van Tel Aviv naar Jeruzalem duurt zo’n half uur.
Die trein is sneller, stiller en comfortabler dan de bus — en hij brengt je recht in het hart van een stad die je niet kunt vergelijken met wat dan ook. Jeruzalem is geen stad die je bezoekt. Het is een stad die je overkomt.
Wat je in Israël anders ervaart
De Klaagmuur — de Kotel — is het emotionele centrum voor veel reizigers. Mannen dragen een kippa, vrouwen kleden zich respectvol.
Niets bijzonders, maar wel belangrijk. Het is een plek van gebed, van tranen, van brieven die tussen de stenen gestoken worden.
Ik heb er mensen zien huilen die geen woorden konden vinden. Dat hoef je niet te begrijpen.
Je hoeft het alleen maar te zien. Buiten de steden is het openbaar vervoer anders. Bussen van Egged zijn de ruggengraat van het systeem. Ze rijden betrouwbaar, zij goedkoop, en ze brengen je overal heen — van de Dode Zee tot de Galileïsche meren.
Een individuele rondreis met huurauto geeft meer vrijheid, maar als je het écht wilt voelen, stap op die bus.
Dan zie je het land door de ogen van de mensen die er wonen.
De beste tijd om te gaan
Mijn advies? Maart tot mei, of oktober tot november.
De temperaturen zijn dan prettig, de zon is fel maar niet verhitend, en de drukte is draaglijk. In de zomer kan het boven de veertig graden worden — fijn als je van hitte houdt, minder fijn als je de bergen wilt bezoeken rond Galilea. En als je eerste keer is: overweeg een groepsreis.
Niet omdat je het niet alleen kunt — dat kan prima — maar omdat een goede gids je dingen laat zien die je zelf zou missen.
Ik werk met organisaties als Israël Idoed Reizen en Beter Reizen die begrijpen wat een eerste bezoek betekent. Ze combineren de historische plaatsen met de levende realiteit van het land.
Waarom deze reis er één is die je niet vergeet
Amsterdam en Israël — het lijkt misschien een vreemde combinatie. Maar als je er één keer heen bent geweest, snap je het.
In Amsterdam zie je de wortels. In Israël zie je de boom. Beide vertellen hetzelfde verhaal, op een andere manier. Wat ik het meest waardeer aan deze reis?
Dat het niet gaat om toerisme. Het gaat om begrip.
Om het voelen van een verbinding die eeuwen oud is, en toch elke dag weer nieuw.
Als je die reis maakt — van de Portugese Synagoge naar de Klaagmuur — dan kom je niet alleen als toerist thuis. Je komt als iemand die iets heeft begrepen wat je niet in een boek kunt lezen. En dat, vind ik, is waar reizen om draait.