Stel: je staat op Schiphol, koffers gepakt, paspoord in de tas — en dan die vraag: hoeveel contant geld neem ik mee, en hoe betaal ik daar eigenlijk? Het is een van de dingen die mensen thuis nog even tegenhouden.
▶Inhoudsopgave
Israël is een modern land met een uitgebreid betaalsysteem, maar het werkt net even anders dan wat we gewend zijn.
Laat me het gewoon uitleggen.
Betaalmethoden in Israël: wat werkt en wat niet
De Israëlische nieuwe shekel (ILS) is de lokale valuta. Je kunt in Nederland shekels bij de grootbanken of bij een gespecialiseerde wisselkantoor, maar eerlijk gezegd — de koersen bij El Al of bij Israël Idoed Reizen zijn vaak iets beter, en soms kun je bij hen ook munten meenemen, wat handig is voor kleine aankopen op de markt.
Wat me opvalt als ik weer eens in Tel Aviv ben: creditcards worden vrijwel overal geaccepteerd. Visa en Mastercard werken probleemloos in restaurants, winkels, hotels en zelfs bij kleine kraampjes op de Carmelmarkt. American Express wordt minder vaak geaccepteerd, dus die kun je beter thuislaten.
Contant geld: hoeveel en waarom
Maar — en dit is belangrijk — sommige kleine bedrijven, marktkraampjes en taxichauffeurs werken nog steeds op contant. Vooral in oudere wijken van Jeruzalem of in de bedoeïenenmarkten in het zuiden zit je zonder cash niet ver.
Ik raad altijd aan om tussen de 500 en 1.000 shekels contant mee te nemen als je een week of tien dagen reist.
Dat is ongeveer 125 tot 250 euro. Genoeg voor fooien, kleine aankopen, en die ene straatverkoper in Jaffa die alleen cash aanneemt. Je kunt in Israël gewoon pinnen bij geldautomaten — de grote banken zoals Hapoalim en Leumi hebben betrouwbare automaten in Tel Aviv, Jeruzalem en Haifa. Maar in kleinere plaatsen, bijvoorbeeld rondom het Meer van Galilea of in Masada, zijn automaten schaarser.
Eén ding dat ik altijd doe: ik wissel een klein bedrag voor vertrek bij de wisselkantoor in Utrecht, zodat ik bij aankomst in Ben Gurion Airport niet meteen op zoek hoef. Die eerste dag in Tel Aviv is al druk genoeg.
Pinnen in Israël: werkt het?
Ja, pinnen werkt uitstekend. Bijna overal. De meeste restaurants, winkels, hotels en zelfs kleine boetiekjes accepteren pinbetalingen. Visa en Mastercard zijn het meest gangbaar.
American Express wordt minder vaak geaccepteerd, dus die kun je beter thuislaten.
Maar — en dit is belangrijk — sommige kleine bedrijven, marktkraampjes en taxichauffeurs werken nog steeds op contant. Vooral in oudere wijken van Jeruzalem of in de bedoeïenenmarkten in het zuiden zit je zonder cash niet ver.
Wat ik zelf doe: ik neem altijd een creditcard mee zonder buitenlandse transactiekosten. Bij het plannen van je reis is het slim om te kijken naar de beste betaalkaart voor Israël, zodat je niet voor verrassingen komt te staan. Dat bespaart een hoop.
De trein en het openbaar vervoer
En als back-up heb ik altijd wat contant op zak — niet omdat je het nodig hebt, maar omdat het geruststellend is.
De trein van Tel Aviv naar Jeruzalem is sneller en comfortabeler dan de bus, en je kunt met de treinkaart — de Rav-Kav — ook in bussen in Tel Aviv en Jeruzalem pinnen. Die kaart haal je bij het treinstation. Bussen van Egged zijn de ruggengraat van het openbaar vervoer buiten de steden, maar in Jeruzalem zelf werkt de Rav-Kav ook in de tram. Het is een systeem dat werkt, maar het kost even om het te begrijpen.
Mijn advies: vraag het aan je gids of hotel. Ze helpen je graag.
Fooien: hoe werkt dat in Israël?
Fooien zijn in Israël gebruikelijk, maar het werkt net even anders dan in Nederland. In restaurants is 10 tot 15 procent gebruikelijk.
Taxichauffeurs verwachten rond de 10 procent. Bij groepsreizen is het gebruikelijk om de gids en chauffeur samen een fooie te geven — ongeveer 5 tot 10 euro per persoon per dag. Het hoeft niet overdreven te zijn, maar het wordt gewaardeerd.
De beste reistijd en wat dat voor je budget betekent
Wat ik altijd merk: de Israëliërs zijn ontzettend gastvrij, en een kleine fooie — zelfs een paar shekels — wordt op prijs gesteld.
Eerlijk gezegd vind ik het fooien-onderwerp in Israël minder stressig dan in sommige andere landen. Het is er gewoon, maar niet agressief. En dat past bij de sfeer in het land: direct, warm, en eerlijk. De beste reistijd voor een bezoek aan Israël is maart-mei of oktober-november.
Het weer is dan het aangenaamst, en de prijzen zijn iets lager dan in de zomerpiek. In die maanden kun je met een budget van 1.500 tot 2.000 euro per persoon een mooie week of tien dagen reizen, afhankelijk van je vluchten en accommodatie.
De beste vluchten naar Tel Aviv vertrekken vanaf Schiphol, Düsseldorf of Brussel met een tussenstop — El Al, Israir Airlines en KLM hebben goede verbindingen. Wat ik trouwens altijd opmerk: de Israëlische nieuwe shekel is een vrij stabiele valuta. De wisselkoersen fluctueren niet wild, dus je hoeft je geen zorgen te maken over dramatische koersschommelingen tijdens je reis.
Mijn persoonlijke aanpak
Wissel bij vertrek een bedrag dat je denkt nodig te hebben, en vul eventueel aan in het land als je merkt dat je meer nodig hebt.
Ik neem altijd een creditcard mee zonder buitenlandse transactiekosten, een klein contant bedrag in shekels, en een aparte betaalpas als back-up. Dat is het trio dat voor mij werkt. Soms gebruik ik ook de Israël Idoed Reizen-app om de laatste koersen te checken, en ik vraag altijd aan mijn klanten: heb je onze tips voor pinnen in Israël al gelezen en een creditcard zonder buitenlandse kosten?
Want dat maakt het leven een stuk makkelijker. Israël is veiliger dan veel Nederlanders denken.
En met de juiste manier om geld mee te nemen, kun je je focussen op wat echt telt: het land, de mensen, en de ervaring. Dat is het mooiste van dit vak — en daarvoor reis ik er elke keer weer graag naartoe.